Kingsman: The Secret Service (2015)

Kingsman: The Secret Service is zowel een parodie op als een hommage aan het spionnengenre in het algemeen en de James Bond-films in het bijzonder. Regisseur Matthew Vaughn verfilmt na Kick-Ass voor de tweede keer uit zijn carrière een comic van Mark Millar, en wederom met een geslaagd resultaat.

De film draait om de semi-asociale Eggsy (Taron Egerton) die, na een incidentje met de louche vriendjes van zijn criminele stiefvader en de politie, opgehaald moet worden uit een politiecel. De man die dat doet is Harry Hart (Colin Firth), een wat stijve agent van het ultra-geheime genootschap The Kingsmen. Harry blijkt namelijk door een inschattingsfoutje verantwoordelijk te zijn geweest voor de dood van Eggsy’s biologische vader, die dus ook een geheim agent was. Harry heeft het idee dat hij wat goed te maken heeft en biedt Eggsy (echte naam Gary Unwin) de kans om de bikkelharde opleiding tot Kingsman te volgen. Een kans die Eggsy maar al te graag aanpakt. Samen met een groepje andere jonge uitverkorenen moet hij de regelmatig dodelijke beproevingen doorstaan die de sadistische maar rechtvaardige Merlin (Mark Strong) voor hen verzonnen heeft.

Intussen is de slissende technologie-magnaat Richmond Valentine (Samuel L. Jackson als een bizarre kruising tussen Spike Lee en Steve Jobs) bezig met een plan om de overbevolking en de schadelijke effecten op de planeet die dat heeft tegen te gaan. Hij kan niet tegen bloed, maar gaat wel over lijken. De Kingsmen hebben hem in de smiezen, maar kunnen vooralsnog weinig uitrichten tegen de schathemelrijke CEO en zijn sidekick Gazelle, een dame zonder onderbenen, maar mét vlijmscherpe messen op haar stompjes.

Net zoals hij met Kick-Ass deed, weet Vaughn het basisconcept van Millars comic geweldig te vertalen naar het witte doek. Millar is een schrijver die het vooral van zijn goede invallen moet hebben en niet van zijn vaak op shock-effect gebaseerde uitwerking. De film is dus een stuk beter dan het bronmateriaal. De film zit vol goede actiescènes, waarbij een parachutesprong met/zonder parachute en een met geen pen te beschrijven vechtscène in een kerk als hoogtepunten mogen worden beschouwd. Taron Egerton overtuigt in een van zijn eerste grote rollen als de aanvankelijk nogal ordinaire Eggsy die zich steeds beter in zijn rol als elite-agent gaat voelen. Jackson is flink aan het overacten als Valentine, maar doet dat met zo’n enthousiasme dat het niet stoort. De grootste blikvangers zijn echter Sofia Boutella als de creepy Gazelle, een bad girl die niet zou misstaan in een echte Bond-film, en Colin Firth die over geheime talenten als mega-badass blijkt te beschikken. Als hij weer eens gaat vechten met Hugh Grant weet ik op wie ik mijn geld ga zetten.


"Als Colin Firth weer eens gaat vechten met Hugh Grant weet ik op wie ik mijn geld ga zetten."

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.