Pacific Rim (2013)

De monsters die de mensheid bedreigen komen ditmaal niet uit de ruimte, maar uit een dimensionale scheur in de – jawel – Pacific Rim. Deze kolossen, Kaiju genaamd, worden effectief bestreden door al evenzo grote, door twee piloten bestuurde robots, de Jaegers. Dit gaat jaren goed, totdat de Kaijus alsmaar frequenter en sterker uit het portaal komen en de Jaegers steeds vaker het lootje leggen.

Raleigh Beckett (Charlie Hunnam van Sons of Anarchy) was zo’n piloot, maar na de dood van zijn broer tijdens een gevecht met een hardnekkige Kaiju heeft hij verbitterd en getraumatiseerd ontslag genomen en verdient zijn geld als bouwer aan de anti-Kaiju muur die wereldwijd wordt opgetrokken. Raleigh wordt echter benaderd door Stacker Pentecost (Idris Elba), commandant van het inmiddels in onmin geraakte Jaeger-programma. De geldkraan is dichtgedraaid en er resten slechts vier mega-robots die op een basis in Hong Kong onderhouden worden. Een daarvan is degene die Raleigh en zijn broer ooit bedienden. De gevaartes zijn zo complex dat één piloot te weinig is om ze te kunnen besturen en er is dan ook een geestelijke link nodig tussen de piloten, het zogenaamde ‘driften’ waarbij de grijze massa’s functioneren als een enkele. Raleigh heeft dus een nieuwe partner nodig en de jonge en onervaren Mako (Rinko Kikuchi) lijkt het meest geschikt, maar commandant Pentecost heeft ernstige twijfels over haar geschiktheid.
Intussen zijn de wetenschappers Newt Geizsler (Charlie Day) en Herman Gottlieb (Burn Gorman) bezig om op een andere manier de Kaijus te doorgronden. Daar hebben ze echter wel verse Kaiju-organen voor nodig en worden ze gedwongen samen te werken met Hannibal Chau, de hoogste baas van de clandestiene Kaiju-organenhandel, heerlijk ranzig gespeeld door vaste Del Toro collaborateur Ron Perlman.

Guillermo del Toro die met een mega-budget een film over monsters en robots mag maken. Dat is natuurlijk de natte droom voor elke nerd en het resultaat valt niet tegen. De man is zelf ook een nerd in hart en nieren en heeft overduidelijk een grote liefde voor monsterfilms. Ondanks de waarschijnlijk grote studio-inmenging – niet geheel onbegrijpelijk met zo’n budget – heeft Del Toro zijn eigen stijl en bijbehorende eigenaardigheden er toch doorheen weten te drukken. Naast de avonturen van de nobele piloot-helden fungeren de fratsen van de hysterische wetenschappers duidelijk als comic relief, en ík kan daar om lachen, maar ik kan me voorstellen dat mensen ze irritant vinden. Ook kan hij zijn voorliefde voor onsmakelijkheid botvieren op het grafisch in beeld brengen van de Kaiju-organen.

De gevechten tussen de monsters en robots zijn heftig maar overzichtelijk in beeld gebracht. Elke dreun die uitgedeeld en geïncasseerd wordt is haast voelbaar. Daarnaast zijn zowel de Kaijus als de Jaegers behoorlijk geniaal vormgegeven. Elk met een eigen herkenbare stijl en uitstraling. Iets waar Michael Bay met zijn chaotische Transformers nog wat van kan leren. Wél jammer dat sommige knokpartijen zich onder water afspelen. De combinatie met 3d, die het beeld toch wat donkerder maakt, zorgt ervoor dat die scènes lastiger te volgen zijn.

Echt een kassucces is Pacific Rim niet geworden, en dat is aan één kant wel jammer – Del Toro in epische blockbuster-modus bevalt me wel -, maar als dat betekent dat hij weer bescheidenere producties als bijvoorbeeld Pan’s Labyrinth moet maken, dan hoor je mij ook niet klagen.


"Del Toro in epische blockbuster-modus bevalt me wel"

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.