John Carter (2012)

Hoe spoel je 200 miljoen dollar door de afvoer? Men neme een antieke held uit de vorige eeuw, een semi-onbekende hoofdrolspeler, een regisseur die vooral met pixels overweg kan en een totaal ongeïnspireerde marketingcampagne. Resultaat een 400 miljoen kostende avonturenfilm die slechts de helft van de kosten weet op te brengen. Tsja.

Failliet zal Disney niet gaan, maar John Carter is wel de flop van de eeuw. Blijft het publiek terecht thuis? Niet helemaal want zo slecht is de film helemaal niet. Misschien komen een aantal zaken wat té bekend voor, maar dat is begrijpelijk, want films als Star Wars en Avatar hebben vrolijk geleend uit het erfgoed van schrijver Edgar Rice Burroughs, de man die ook verantwoordelijk was voor de avonturen van Tarzan.

Even in het kort het plot: De rebelse goudzoeker John Carter komt na de Amerikaans burgeroorlog door het aanraken van een mysterieus medaillon terecht op Mars. Hij blijkt daar door zijn aardse gestel over bijzondere krachten te beschikken en kan door de andere zwaartekracht aldaar enorme sprongen maken. Toch valt hij in handen van de groene zesarmige marsmannetjes, Tharks genaamd. Maar de planeet wordt ook bewoond door twee volken van Jersey Shore-oranje getinte mensachtigen die elkaar het leven zuur maken. Aan de ene kant de snode Zodanga onder leiding van The Wire’s McNulty en aan de andere kant de nobele mensen van Helium die geleid worden door Caesar en zijn dochter professor doktor bikinibabe Deja Thoris, die ook goed met een zwaard kan omgaan. Om de volken samen te brengen is Deja uitgehuwelijkt aan McNulty, maar zij is niet van plan om zich zonder slag of stoot over te geven aan deze barbaar. En dan zijn er ook nog de mysterieuze kale Therns waarvan de alom aanwezige Mark Strong de ergste speelt. En dan mag ik natuurlijk ook Woola niet vergeten, da’s een kruising tussen een pissebed en een mopshond, maar dan groter en sneller. Ik wil er eentje.

Er gebeurt dus een hoop in John Carter, dat is wel duidelijk en eigenlijk is de film me op een paar punten na helemaal niet zo tegengevallen. Regisseur Andrew Stanton (Wall-E) heeft een paar grappige Pixaresque gekkigheidjes in de film weten te verwerken zoals een met jumpcuts samengestelde montage van John Carters ontsnappingspogingen aan het begin van de film. En voor een paar honderd miljoen kun je heel mooie special effects kopen. Toch kan de film niet helemaal overtuigen en dat is vooral te wijten aan hoofdrolspeler Taylor Kitsch die lijdt aan het syndroom van Worthington. Net als de Avatar-ster heeft hij bar weinig charisma en ik was pas na anderhalf uur een beetje gewend aan zijn priemende oogjes en geknepen stemmetje. Een gevalletje van verkeerd gecast dus. Het is natuurlijk niet de schuld van het bronmateriaal, dat immers uit het begin van de twintigste eeuw stamt, maar de verwikkelingen doen wel wat gedateerd aan. Niet helemaal geslaagd dus, maar de financiële afstraffing die hij nu moet ondergaan verdient de film ook weer niet.


"Toch kan de film niet helemaal overtuigen en dat is vooral te wijten aan hoofdrolspeler Taylor Kitsch die lijdt aan het syndroom van Worthington."

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.