The Fighter (2010)

David O’Russells The Fighter is als een wolf in schaapskleren. De film doet alsof het een standaard sportfilm is, maar de eigenwijze regisseur speelt niet volgens de regeltjes en zet de conventies van het genre lekker op zijn kop. Het op ware feiten gebaseerde verhaal van weltergewicht bokser Micky Ward (Mark Wahlberg) is dan ook alles behalve gewoontjes.

Echt vlotten wil het aanvankelijk niet met Micky’s carrière, hij wordt vooral gebruikt om de statistieken van betere boksers omhoog te krikken door als kanonnenvoer in de ring te staan. Het dieptepunt wordt bereikt wanneer hij ‘per ongeluk’ tegenover een veel zwaardere opponent wordt opgesteld en volledig tot pulp wordt gebeukt. Het is dan ook niet raar dat hij er wel een beetje klaar mee is. Dit tot groot ongenoegen van zijn naaste familie, zijn moeder (Melissa Leo) fungeert als manager en zijn aan crack verslaafde broer Dicky (Christan Bale) traint hem, wanneer hij tenminste de moeite neemt om op te dagen. En dan zijn er ook nog zijn zeven (!) zussen die zich overal mee bemoeien. Van je familie moet je het maar hebben. Een lichtpuntje in zijn leven verschijnt in de vorm van serveerster Charlene (Amy Adams) op wie hij halsoverkop verliefd wordt. Wanneer hij door toedoen van Dicky bijna nooit meer kan boksen, is dat de spreekwoordelijke druppel en breekt hij met zijn verstikkende familie om zich zonder hen op zijn bokscarrière te richten.

Er is al veel gezegd over de performances van Christian Bale en Melissa Leo. Allebei zeer terechte Oscar-winnaars in mijn ogen. Het gebeurt me niet vaak, maar op een gegeven moment had ik niet meer door dat ik naar Christian Bale zat te kijken. Iets wat ik, hoe goed ik hem ook vind, moeilijk los van elkaar kan zien. Het blijft toch meestal Bale met een gek accent/mager lichaam/superheldenpak aan. Hij maakt van crackjunk Dicky een memorabel personage dat zich wanhopig vastklampt aan zijn broer die wél een succesvolle bokscarrière probeert op te bouwen. Iets wat Dicky nooit gelukt is, op een succesje tegen Sugar Ray Leonard na dan. Tussen al dit filmprijzengeweld is het makkelijk het acteerwerk van Mark Wahlberg te vergeten, maar die is eigenlijk ook gewoon heel goed. Wahlberg heeft ook eigenlijk maar twee acteerstanden, heel goed of heel slecht. En regisseur O’Russell haalt gelukkig het beste in hem naar boven. Ze werkten immers al twee keer eerder samen in Three Kings en het voor mij onbegrijpelijke I Heart Huckabees, en de geruchten dat ze samen de gameverfilming Uncharted gaan maken worden ook steeds sterker.

Wat de film ook sterk maakt is de prachtig weergegeven troosteloze omgeving en de jaren tachting setting inclusief belachelijke kapsels en kleding. Een veelgehoorde klacht op de film is dat het de buurt en de tijd waarin het zich afspeelt belachelijk maakt, maar mij stoorde het totaal niet. De mensen zagen er vroeger nu eenmaal zo uit, da’s nu grappig, maar toen was het bloedserieus bedoeld. En ook de boksscènes zullen bij puristen waarschijnlijk niet in goede aard vallen. De mix van tv-registratie en gefilmde beelden is niet heftig en glorieus zoals we dat van de Rocky’s gewend zijn. Maar eigenlijk draait het daar niet echt om, de relatie tussen Micky en zijn familie enerzijds en zijn vriendin Charlene anderzijds is veel interessanter dan de wedstrijden zelf. Er zijn nu zelfs plannen voor een sequel, aangezien Micky en Dicky’s levensverhalen aan het einde van de film nog meer boeiends in petto schijnen te hebben. Mijn zegen hebben ze in ieder geval.


"Een prachtig weergegeven troosteloze omgeving en de jaren tachting setting inclusief belachelijke kapsels en kleding."

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.