Aquaman (2018)

Aquaman was altijd een beetje het misdeelde kind van DC’s superhelden-echelon. Met zijn blonde haartjes en goud met groene badpak was waterman Arthur Curry het eigenlijk meestal nèt niet. Totdat iemand op het lumineuze idee kwam om mega-bro Jason Momoa (Game of Thrones) in de rol te casten voor de Justice League film. Aan die film was maar weinig lol te beleven, maar Momoa was wél goed gecast. Zijn relaxte crossfitsurfer persona vormde een mooi contrast met droeftoeters als Batman en Superman.

Regisseur James Wan (Saw, The Conjuring, Fast & Furious 7) werd aangesteld om het solo-avontuur van de halfbloed Atlantiër vorm te geven en het resultaat overtreft alle verwachtingen. Zowel positief als negatief. Het plot van Aquaman beschrijven is haast onbegonnen werk; het begint nog vrij conventioneel met Arthurs ouders: een simpele vuurtorenwachter (gespeeld door Temuera Morrison oftewel Jango Fett uit Star Wars Episode II) en een onderwaterkoningin (Nicole Kidman) die een onmogelijke liefdesaffaire beginnen waar Arthur het resultaat van is. Maar zoals dat gaat in vochtige koninklijke kringen wordt koningin Atlanna mee terug onder het zeeoppervlak genomen om haar taken als vrouw van een andere vent met een drietand uit te voeren. Arthur groeit op zonder zijn moeder maar komt er achter dat er wel wat voordelen kleven aan zijn afkomst, hij is namelijk bijzonder sterk, zwemt absurd snel en kan met zeedieren communiceren. Handig. In het geniep wordt hij getraind door Vulko (willem Dafoe), de rechterhand van de koning van Atlantis, die in hem wél een waardige troonopvolger ziet in tegenstelling tot Arthurs halfbroer Orm (Patrick Wilson) die alleen uit is op macht, en een oorlog tussen land- en zeebewoners.

Aquaman is geen film van subtiliteiten. Het motto lijkt te zijn: groot, groter, grootst en dan nog iets groter. Het onderwaterspektakel ziet er prachtig uit, maar de epische veldslagen tussen de verschillende volken van Atlantis zijn na een tijdje behoorlijk vermoeiend. Heb je eenmaal een kolossale reuzenkrab gezien die de vloer aanveegt met gemuteerde mannetjes op zeepaarden dan slaat de verzadiging wel wat toe. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de menselijke bad guy Black Manta (Yahya Abdul-Mateen II) die met zijn oversized helm en dito laserogen óók nog een persoonlijke vete met Arthur heeft uit te vechten. Er gebeurt dus erg veel. Wat er niet gebeurt is een klik tussen hoofdrolspelers Momoa en er met de felrode haren bijgesleepte love-interest Amber Heard als prinses Mera. Hun avontuur om een door mij reeds vergeten McGuffin te bemachtigen is door hun gebrek aan chemie niet zo geslaagd. Niet alles werkt dus, maar ik kan Wans ambitie wel waarderen. Of Aquaman nu echt een góede film is daar ben in nog niet helemaal uit, maar entertainen doet het wel.


"Volslagen hysterisch superheldenspektakel met een coole Momoa."

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.