Fast and Furious 7 (2015)

Het succes van de Fast and Furious-serie leek de afgelopen jaren niet te stuiten. Totdat Paul Walker vorig jaar halverwege de opnames van Fast and Furious 7 op tragische wijze om het leven kwam. Maar hoe lullig het ook klinkt: The show must go on…

En dat gaat ie. Het script is herschreven om Paul Walkers karakter Brian een waardig einde te gunnen, maar verder is het de gebruikelijke over the top actie zoals altijd. Ditmaal wordt Toretto’s team dwarsgezeten door Deckard Shaw (Jason Statham) de broer van Owen uit deel 6 (of was het 5?) die in coma ligt. De voormalig marinier zint op wraak en gaat over lijken. Zijn eerste slachtoffer is Han Seoul-Oh, en ook het huis van Dominic Toretto ligt na een bomaanslag al vrij snel in puin. Zelfs spierbundel-agent Hobbs is niet opgewassen tegen de razernij van Deckard en kan het maar nauwelijks navertellen. Er wordt dus gejaagd op onze helden, maar ze krijgen hulp uit onverwachte hoek.

Mr. Nobody (Kurt Russell) is de baas van een extreem geheime dienst die ook achter Shaw aanzit, hij is best bereid de snelheidsduivels te helpen, maar daar moeten ze wel iets voor doen. Ze krijgen de opdracht om de geniale hacker (hackster?) Ramsey bevrijden uit de handen van een groep terroristen. Ze heeft namelijk een uniek programma genaamd God’s Eye ontwikkeld waarmee alles en iedereen snel te traceren is. Zulke technologie mag natuurlijk niet in verkeerde handen vallen. Het lijkt James Bond wel.

Waar het vorige deel iets minder leuk was dan Fast 5 kijkt nummer 7 weer een stuk lekkerder weg. Regisseur James Wan (Saw) heeft terecht besloten om de actiescènes uit de film haast als live-action cartoons te benaderen. Zwaartekracht, logica en meer van dat soort storende elementen worden volledig genegeerd en dat levert geweldige bizarre spektakels vol door de lucht schietende, vliegende en vallende voertuigen op.

Maar het draait hier niet alleen om de vette actie. Het sterke aan de reeks blijft de interactie en dynamiek tussen de karakters en dat is hier niet anders. Ze kibbelen en mutsen als oude wijven, maar houden wel vreselijk veel van elkaar. Wat dat betreft gaat Walker zeker gemist worden, Brian O’Conner was naast mannetjesputters Roman en Tej, en Diesels vleesgeworden oneliner Toretto toch een soort van normaal. Het is hier en daar wel te zien dat er wat geschoven is met Walkers scènes, er is erg creatief gemonteerd en zijn broers zijn zelfs opgetrommeld als stand-ins, maar er is uiteindelijk wél naar een bevredigend en ontroerend einde toegewerkt. En dat de film één grote product placement voor Dodge en Corona is, doet daar maar weinig aan af.


"Zwaartekracht, logica en meer van dat soort storende elementen worden volledig genegeerd en dat levert geweldige bizarre spektakels vol door de lucht schietende, vliegende en vallende voertuigen op."

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.