The Fast and The Furious 5 (2011)

Ik weet het nog goed, ik was in de bloei van mijn leven, 25 lentes jong, en ik zat in de bioscoop te mokken. De film die ik eigenlijk wilde zien (geen idee meer welke) was uitverkocht. Verdomme! Dan maar naar The Fast and The Furious. Wat ik zag was een soort Point Break remake met in plaats van surfende bankovervallers straatracende criminelen. Zeker niet slecht, maar dat ik tien jaar later naar deel vijf zou zitten kijken had ik nooit en te nimmer kunnen vermoeden.

Het eerste deel was dus een flink succes en elk vervolg, alhoewel wisselend in kwaliteit, had wel zo zijn sterke punten. Als er een op tv is, blijf ik toch even hangen. Vanaf deel drie Tokyo Drift is de regie in handen van Justin Lin en dus ook bij dit vijfde deel wat internationaal onder de naam Fast Five door het leven gaat. Hij verspilt weinig tijd en spierbundel Dominic Toretto (Vin Diesel) wordt al in de eerste minuten door zwager en voormalig FBI agent Brian O’Conner tijdens een transport uit de boevenwagen bevrijd. Samen met Doms zus Mia (een wel heel akelig dunne Jordana Brewster) belanden ze in Rio de Janeiro waar ze al gauw door voormalig kameraad Vince worden ingezet om een stel dure auto’s van een rijdende trein af te jatten. Deze behoorden namelijk toe aan druglord Hernan Reyes en wanneer deze overval totaal in de soep loopt krijgen ze niet alleen Reyes achter zich aan maar ook speciaal agent annex menselijke pitbull Luke Hobbs (Dwayne Johnson). En wat doe je als voortvluchtige in een wildvreemd land met zowel justitie als de maffia achter je aan? Juist, dan laat je al je maatjes uit de vorige films invliegen en plan je een vernuftige overval. Onzinnig, maar het werkt.

Fast Five is het soort film waarbij je concepten als zwaartekracht en normale logica even moet vergeten. Die zijn er in het snelle en furieuze universum van Lin namelijk niet. De nadruk ligt gelukkig niet meer op de straatraces, die kennen we nu wel, maar meer op de criminele plannen van het ensemble. De races die wel in de film zitten vinden zelfs buiten beeld plaats. De grootste kritiek op het minste deel uit de serie, Fast and Furious, was de slappe gewichtloze cgi van de races en Lin heeft daar goed naar geluisterd. Ditmaal vliegen de gecrashte auto’s en half gesloopte gebouwen de kijkers om de oren. Gewoon een zooi echte auto’s laten crashen, dat is beter dan wat zielloze pixels op elkaar laten botsen. En de politieagenten zijn toch allemaal corrupt in Rio dus het is niet erg als er af en toe eentje sneuvelt. Net zo makkelijk. Naast de bekende gezichten uit de vorige films steelt Dwayne ‘The Rock’ Johnson de show als de kale baardmans Luke Hobbs. In volledige worstelmodus blaft hij bevelen en oneliners naar zijn ondergechikten. Een goede zet om hem te casten. Diesel en Walker zijn natuurlijk geen top-acteurs en zullen dat naar alle waarschijnlijkheid ook nooit worden, maar de Fast and Furious-formule past ze perfect als een ouwe afgedragen sneaker.

Vin Diesel heeft al laten weten dat hij wel kansen ziet voor een potentiële Oscar. Als die zou bestaan voor Gigantische Hoeveelheid Total Loss Auto’s dan zou ik hem serieus kunnen nemen, maar ergens heeft hij wel een punt. Waarom zou een stotterende adelborst er eerder een verdienen dan een stel opgepompte macho’s met stoere auto’s en dikke guns? Geen idee, en dat neemt ook niet weg dat Fast Five een zeer vermakelijke onzinfilm is. En blijf vooral even zitten na de aftiteling, want de makers hebben nog een verrassing in petto.


"Diesel en Walker zijn natuurlijk geen top-acteurs en zullen dat naar alle waarschijnlijkheid ook nooit worden, maar de Fast and Furious-formule past ze perfect als een ouwe afgedragen sneaker."

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.